← Alle blogs

Welke KPI’s laten zien of een digitale werkplek medewerkers echt helpt?

Manager bekijkt KPI’s over gebruik, adoptie en medewerkerservaring binnen de digitale werkplek

Een digitale werkplek kan technisch uitstekend functioneren. Medewerkers kunnen inloggen, applicaties zijn beschikbaar en informatie wordt gepubliceerd. Toch zegt dat nog weinig over de vraag of de werkomgeving mensen daadwerkelijk helpt. Misschien blijven medewerkers zoeken naar documenten, openen zij dagelijks dezelfde reeks losse systemen of bellen zij een collega omdat de juiste informatie niet snel genoeg te vinden is.

Wie het succes van een digitale werkplek wil meten, heeft daarom meer nodig dan bezoekersaantallen en beschikbaarheidscijfers. Goede KPI’s maken zichtbaar hoe de digitale werkplek onderdeel wordt van de werkdag, waar medewerkers nog frictie ervaren en welke verbeteringen werkelijk verschil maken. Daarbij bestaat geen universele score die voor iedere organisatie hetzelfde betekent. Een betrouwbare beoordeling ontstaat juist door verschillende signalen met elkaar te combineren.

Waarom één gebruikscijfer onvoldoende is

Het aantal bezoeken aan een digitale werkplek lijkt een logische graadmeter. Als veel medewerkers de omgeving regelmatig openen, zal deze waarschijnlijk relevant zijn. Maar een hoog aantal bezoeken vertelt niet waarom mensen terugkomen. Misschien vinden zij snel wat ze nodig hebben. Het kan ook betekenen dat zij meerdere keren moeten zoeken, omdat informatie onduidelijk is georganiseerd.

Hetzelfde geldt voor andere losse cijfers. Weinig supportmeldingen kunnen wijzen op een gebruiksvriendelijke omgeving, maar ook op medewerkers die hun eigen omwegen hebben gevonden. Een hoge beschikbaarheid is belangrijk, maar zegt niets over de begrijpelijkheid van de inrichting. Zelfs tevredenheidsscores vragen om context: medewerkers kunnen tevreden zijn over de techniek en tegelijkertijd veel tijd verliezen aan versnipperde processen.

Digitale werkplek KPI’s krijgen daarom pas betekenis wanneer duidelijk is welke vraag erachter ligt. Niet: hoeveel mensen hebben ingelogd? Maar: kunnen medewerkers vanuit deze omgeving gemakkelijker aan hun werk beginnen en hun taken uitvoeren?

Begin bij wat de digitale werkplek moet verbeteren

Voordat een organisatie indicatoren kiest, moet helder zijn welk probleem de digitale werkplek moet helpen oplossen. Voor de ene organisatie ligt de nadruk op het sneller vinden van protocollen en documenten. Voor een andere organisatie gaat het om minder schakelen tussen Microsoft 365 en vakapplicaties. Een derde organisatie wil interne communicatie beter laten aansluiten op verschillende rollen en locaties.

Formuleer daarom eerst enkele concrete verbeterdoelen. Bijvoorbeeld: medewerkers moeten actuele werkinstructies eenvoudiger kunnen vinden, nieuwe collega’s moeten sneller hun digitale weg leren kennen of veelvoorkomende processen moeten minder losse handelingen vragen. Pas daarna kan worden bepaald welke gegevens iets zeggen over de voortgang.

Dat voorkomt dat meten een doel op zichzelf wordt. Het sluit ook aan bij het uitgangspunt dat een digitale werkplek na de livegang niet klaar is. In het artikel over het optimaliseren van de digitale werkplek na implementatie lees je waarom structurele verbetering pas mogelijk wordt wanneer organisaties verder kijken dan de technische oplevering.

Zeven perspectieven voor bruikbare digitale werkplek KPI’s

Een evenwichtig meetkader kijkt vanuit meerdere perspectieven naar dezelfde werkomgeving. De volgende zeven onderdelen kunnen samen een bruikbaar beeld geven.

1. Bereik binnen de beoogde doelgroep

Kijk niet alleen naar het totale aantal bezoekers, maar vergelijk het gebruik met de groep waarvoor een onderdeel bedoeld is. Een HR-dashboard hoeft niet door iedere medewerker te worden gebruikt. Voor HR-medewerkers kan het juist een belangrijk dagelijks hulpmiddel zijn. Een algemeen percentage zonder onderscheid naar rol, team of locatie kan daardoor een verkeerd beeld geven.

2. Terugkerend en taakgericht gebruik

Herhaalgebruik kan laten zien of de werkplek een vaste plaats in de werkdag krijgt. Daarbij is het zinvol om te kijken welke onderdelen terugkerend worden gebruikt. Een hoge bezoekfrequentie aan agenda’s, taken of veelgebruikte kennis kan iets anders betekenen dan incidentele bezoeken aan organisatienieuws. Beoordeel gebruik daarom altijd in relatie tot de functie van een onderdeel.

3. Vindbaarheid van informatie

Een digitale werkplek is niet succesvol wanneer informatie wel aanwezig is, maar moeilijk wordt gevonden. Signalen kunnen komen uit zoekopdrachten, zoekvragen zonder bruikbaar resultaat, herhaald zoeken naar hetzelfde onderwerp en korte gebruikerstesten. Ook veel vragen aan collega’s over de locatie van documenten kunnen wijzen op een probleem met vindbaarheid, al is dat lastiger automatisch te meten.

4. Onnodige schakelmomenten

Niet iedere wisseling tussen applicaties is ongewenst. Outlook, Teams, een HR-systeem en een vakspecifieke toepassing hebben ieder hun eigen functie. De vraag is vooral of medewerkers onnodig heen en weer bewegen om één taak af te ronden. Door een aantal veelvoorkomende werkzaamheden stap voor stap te bekijken, wordt zichtbaar waar dubbele invoer, extra zoekwerk of onduidelijke routes ontstaan.

5. Adoptie per rol en werksituatie

Een gemiddelde adoptiescore kan grote verschillen verbergen. Kantoormedewerkers, buitendienstmedewerkers, zorgprofessionals en leidinggevenden hebben niet dezelfde werkdag. Kijk daarom of de inrichting voor verschillende groepen logisch is en welke onderdelen zij daadwerkelijk nodig hebben. Achterblijvend gebruik is daarbij geen bewijs van onwil. Zoals ook blijkt uit het artikel over adoptie van de digitale werkplek, kan beperkt gebruik juist een signaal zijn dat de omgeving onvoldoende aansluit op de praktijk.

6. Ervaren moeite en medewerkersfeedback

Niet alles wat belangrijk is, is uit gebruiksdata af te leiden. Korte interviews, observaties, gebruikerstesten en gerichte vragen kunnen laten zien waarom medewerkers bepaald gedrag vertonen. Vraag niet alleen of iemand tevreden is, maar ook welke taak onnodig veel moeite kost, waar twijfel ontstaat en welke informatie regelmatig ontbreekt. Zulke antwoorden maken cijfers beter interpreteerbaar.

7. Beheerkwaliteit en actualiteit

Ook het beheer van de werkplek verdient eigen indicatoren. Denk aan verouderde content, onderdelen zonder duidelijke eigenaar, verlopen rechten, dubbele informatie en openstaande verbeterpunten. Een digitale werkplek kan in eerste instantie goed zijn ingericht en toch langzaam minder bruikbaar worden wanneer niemand verantwoordelijk is voor actualiteit en samenhang.

Deze zeven perspectieven hoeven niet allemaal even zwaar te wegen. De juiste combinatie hangt af van de doelstellingen, de organisatie en de fase waarin de werkplek zich bevindt.

Pas op voor KPI’s die gewenst gedrag lijken af te dwingen

Zodra indicatoren onderdeel worden van rapportages, ontstaat het risico dat het cijfer belangrijker wordt dan het doel. Een organisatie kan bijvoorbeeld meer berichten publiceren om het bereik te verhogen, terwijl medewerkers juist behoefte hebben aan minder en relevantere communicatie. Ook kan een stijging van het aantal zoekopdrachten positief lijken, terwijl medewerkers mogelijk vaker moeten zoeken omdat de navigatie tekortschiet.

Gebruik KPI’s daarom als aanwijzingen, niet als zelfstandig oordeel. Een afwijkend cijfer is aanleiding voor een vervolgvraag. Waarom wordt een onderdeel weinig gebruikt? Is het onbekend, overbodig, moeilijk bereikbaar of alleen voor een kleine doelgroep relevant? Waarom daalt het aantal bezoeken? Vinden medewerkers sneller wat zij nodig hebben of haken zij juist af?

Deze manier van kijken voorkomt dat optimalisatie verandert in het najagen van dashboardcijfers. Het doel blijft een werkdag die voor medewerkers eenvoudiger en overzichtelijker wordt.

Combineer gebruiksdata met gesprekken en observaties

Kwantitatieve gegevens laten patronen zien. Kwalitatieve informatie helpt die patronen te begrijpen. Een combinatie van beide levert daarom een betrouwbaarder beeld op dan een dashboard of medewerkerstevredenheidsonderzoek afzonderlijk.

Stel dat een kennisbank weinig wordt bezocht. Uit de cijfers blijkt alleen dat het gebruik achterblijft. Een gesprek met medewerkers kan duidelijk maken dat zij de informatie via Teams ontvangen, dat de inhoud verouderd voelt of dat de ingang niet herkenbaar is. Iedere oorzaak vraagt om een andere oplossing. Zonder die context kan een organisatie investeren in extra communicatie, terwijl het werkelijke probleem bij actualiteit of inrichting ligt.

Selecteer bij gesprekken medewerkers uit verschillende rollen en locaties. Kijk bovendien naar concrete taken in plaats van algemene meningen. De vraag “Kun je de juiste werkinstructie vinden?” levert vaak meer bruikbare informatie op dan “Ben je tevreden over de digitale werkplek?”

Meet de werkomgeving, niet de individuele medewerker

Meten vraagt om duidelijke grenzen. Het doel is inzicht krijgen in de kwaliteit van de werkomgeving, niet het beoordelen van individuele medewerkers. Dat onderscheid is belangrijk voor vertrouwen én voor de kwaliteit van de conclusies. Wanneer mensen het gevoel krijgen dat iedere handeling wordt gevolgd, kan hun gedrag veranderen en ontstaat bovendien weerstand tegen het meetproces.

Werk daarom waar mogelijk met geaggregeerde patronen en vooraf bepaalde onderzoeksvragen. Verzamel alleen gegevens die nodig zijn om die vragen te beantwoorden en leg duidelijk uit wat wordt gemeten, met welk doel en wie toegang heeft tot de uitkomsten. Betrek daarbij de relevante interne deskundigen en bestaande afspraken over privacy, informatiebeveiliging en medezeggenschap.

Wees ook voorzichtig met kleine teams of zeer specifieke rollen. Zelfs wanneer namen ontbreken, kunnen resultaten soms gemakkelijk naar personen te herleiden zijn. Niet alles wat technisch meetbaar is, hoeft daarom gemeten te worden.

Maak van meten een vaste verbetercyclus

Een losse meting biedt vooral een momentopname. Wie het succes van een digitale werkplek wil meten, heeft een herhaalbaar ritme nodig. Begin met een nulmeting, kies een beperkt aantal indicatoren en leg vast welke verbetering wordt nagestreefd. Voer vervolgens een gerichte wijziging uit en beoordeel na een passende periode wat er verandert.

De lengte van die periode hangt af van de wijziging. Een aanpassing in navigatie kan relatief snel worden getest. Een verandering in gedrag, eigenaarschap of werkprocessen vraagt meestal meer tijd. Trek daarom niet te snel conclusies en verander niet meerdere grote onderdelen tegelijkertijd als je wilt begrijpen wat effect heeft gehad.

Wijs bovendien iemand aan die de samenhang bewaakt. Meten zonder eigenaarschap leidt gemakkelijk tot rapportages waar niemand iets mee doet. In het artikel over eigenaarschap van de digitale werkplek lees je waarom IT, HR en bedrijfsvoering ieder een rol hebben, maar gezamenlijke verantwoordelijkheid nog geen duidelijke regie garandeert.

Waar staat jullie digitale werkplek nu?

Met de Digitale Werkplek Scan beoordeel je in enkele minuten de samenhang op onder meer overzicht, vindbaarheid, integratie, adoptie, beheer en veiligheid.

Doe de Digitale Werkplek Scan

Van inzicht naar een gerichte verbetering

Binnen MyDay kunnen inzichten in gebruik en adoptie beheerders helpen om patronen te herkennen en verbeteringen beter te onderbouwen. Zulke inzichten zijn vooral waardevol wanneer zij worden gecombineerd met de doelen van de organisatie en de ervaringen van medewerkers. Meer over deze aanpak staat op de pagina Weten wat werkt met inzichten.

De technologie levert daarbij niet automatisch het oordeel. Een dashboard kan zichtbaar maken dat een onderdeel weinig wordt gebruikt, maar de organisatie moet nog steeds onderzoeken waarom dat gebeurt en welke reactie passend is. Soms is extra uitleg nodig. Soms moet informatie beter worden ingericht. En soms blijkt een weinig gebruikte functie eenvoudigweg weinig waarde toe te voegen.

Wie wil zien hoe bestaande systemen, informatie en inzichten binnen één omgeving kunnen samenkomen, kan MyDay in actie bekijken.

Conclusie: goede KPI’s leiden tot betere keuzes

Het succes van een digitale werkplek is niet af te lezen aan één percentage. Bezoekcijfers, beschikbaarheid en supportmeldingen vertellen ieder slechts een deel van het verhaal. Een bruikbaar meetkader combineert bereik, taakgericht gebruik, vindbaarheid, schakelmomenten, adoptie, medewerkerservaring en beheerkwaliteit.

De belangrijkste vraag blijft steeds dezelfde: helpt de digitale werkomgeving medewerkers om hun werk eenvoudiger, overzichtelijker en met minder onnodige frictie uit te voeren? Door cijfers te combineren met gesprekken en observaties ontstaat een antwoord dat verder gaat dan aannames.

Digitale werkplek KPI’s zijn daarmee geen eindscore. Ze zijn een hulpmiddel om betere vragen te stellen, gerichte verbeteringen uit te voeren en vervolgens te beoordelen of die verbeteringen in de praktijk werkelijk verschil maken.

LEES OOK

Digitale werkplek optimaliseren na implementatie

Lees ook dit artikel →